Extra Nieuws

ONNAVOLGBAAR UITGIFTEBELEID

Het idee was er ineens. Alweer een postzegel met een onbekend gezicht erop en ook een naam die niks zei. Van politici en kunstenaars kan je vaak gezicht of naam wel thuisbrengen, maar wat doen al die andere gezichten op een postzegel? Het gezicht dat me opviel was van een Italiaan: Agostino Bassi. Ik 'googlede' naar zijn achtergrond en dat bleek een leuk verhaal over biologie en ook een-vader-en-zoon verhaal. En zo is het gekomen. Ik ben nu al een jaar bezig met een boek dat de werk titel heeft "Wetenschap bezegeld". Per pagina wordt daarin één Europese wetenschapper menselijk en anekdotisch kort beschreven met de afbeelding van zijn zegel.

Dat brengt me op de eigenlijke insteek van dit stukje: het onnavolgbare uitgiftebeleid van de Europese landen. Natuurlijk, er is een cultuurverschil tussen de verschillende landen. En dat is wel aardig om te zien. Zo heeft Frankrijk van iedereen die zijn hoofd boven het maaiveld heeft uitgestoken, wel een postzegel geproduceerd. Het is opvallend dat bij Duitsland een zwaar accent ligt op filosofen en theologen. In ons gevoel is het altijd een volk geweest dat een beetje zwaar op de hand was. Dat merk je nog altijd: tientallen zegels van theologen en filosofen. Ook als ze voor ons gevoel historisch weinig in de melk ge- brokkeld hebben, zoals Ulrich von Hutten in de zestiende eeuw. Vrijwel het enige dat van hem bekend is dat hij zich tegen de paus heeft verzet en dat hij ruzie heeft gemaakt met onze 'eigen' Erasmus. Maar wel twee zegels: in de DDR in 1988 en in de Bondsrepubliek in datzelfde jaar.

Einstein
Er zijn ook wetenschappers van wie je veel meer uitgaven zou verwachten. Een mooi voorbeeld is Einstein, toch van oorsprong een Duitser. Terwijl bijna alle andere landen in de wereld hem enkele tot vele malen met een postzegel hebben geëerd, is hem dat respectievelijk in de DDR (1979) en de Bondsrepubliek (2005) maar één keer overkomen.

Het kan ook naar de andere kant doorslaan, zoals de Italiaanse natuur- en sterrenkundige Galileo Galilei (1564 - 1642) uiteindelijk is overkomen. Met maar liefst acht zegels van het land waar hij is geboren (dat is een principe bij de selectie voor dit boek) behoort hij wel tot de top 5 van de wetenschapper-met-de-meeste-zegels in Europa.


Hierbij een paar voorbeelden van de 'liefde' van de Italianen voor hun inderdaad grote geleerde.

Onze eigen posterijen gaan heel wat bescheidener om met wetenschappers. Komen Frankrijk en Duitsland ruim boven de 130, wij moeten het doen met 100 minder en weinig tot geen doublures. Enkelen dus uitgezonderd: Boerhaave tweemaal (1928 en 1938) en Erasmus driemaal (1936, 1969 en 1988). Voor zover nagegaan hebben wij wel al onze Nobelprijswinnaars met een zegel geëerd en dat kan niet van alle landen worden gezegd. Bij voorbeeld Engeland. Van de honderden knappe koppen zijn er maar een paar op een postzegel beland. Onder hen Faraday en Darwin (in 1982, met maar liefst een serie van 4 zegels), maar voor de rest gaat de belangstelling van de Engelse posterijen vooral uit naar ontdekkingsreizigers, die door mij ook tot de wetenschappers worden gerekend. Het betekent echter wel dat van het schamele aantal van 21 wetenschappers-op-zegels bijna de helft uit ontdekkingsreizigers bestaat.

Vrouwen
En één vrouw: Dorothy Crowfoot-Hodgkin (1996), voor een Nobelprijs voor scheikunde. Zowaar. Het aantal vrouwelijke wetenschappers op zegels is schrikbarend weinig. Toegegeven, historisch gezien zijn vrouwen laat tot het hoger onderwijs toegelaten en het heeft nog langer geduurd eer ze leerstoelen gingen bezetten, maar kwalitatief hebben ze die achterstand snel ingehaald. In Nederland heeft echter geen enkele vrouwelijke wetenschapper de ballotage van de posterijen doorstaan. In België 2 vrouwelijke hoogleraren geneeskunde wel, in 2004. In Frankrijk en Duitsland ook een enkeling. Verder gaat mijn analyse voorlopig niet. Ik ben met mijn research ongeveer op de helft. Alle noordelijke landen onder meer heb ik nog niet besnuffeld. Ik heb nu dik 300 wetenschappers geprofileerd. Het zullen er zonder twijfel minstens tweemaal zoveel worden. En dat niet dankzij de medewerking van de Europese posterijen. Hoewel ze per internet allemaal bereikbaar zijn, is de response van de roep tot medewerking vrijwel nihil geweest. Alleen de Nederlandse en Belgische posterijen hebben, weliswaar verwijzend, gereageerd.
Rolf Boost