hoofd

DE GRETIGHEID VAN TREK

Wikipedia zegt het al: "In de dieptepsychologie wordt verzamelen gezien als een sublimatie van eten. Verzameldrang is een obsessief-compulsieve karaktereigenschap. Onbeheersbare verzameldrang kan een stoornis zijn".

Het is geen ernstige ziekte. Je kan er zelfs plezierig oud mee worden, als er tenminste iemand is die een beetje op het geld let. Het wordt pas echt onbeheersbaar als het verzamelen het hebben als drijfveer heeft. Maar de lol daarvan heb ik nooit ingezien. Immers, als je alles hebt of als je alles hebt waar je financieel maximaal bij kunt komen, dan berg je het op en kijkt er vervolgens nooit meer naar. Dat wordt dan op den duur achter de geraniums zitten. Volgens mij is dat niet de manier om van verzamelen een beetje gelukkiger te worden. Dan wordt de verzameling alleen de weerslag van de macht van het geld. Zij ontbeert de ziel die de verzameling zo mooi kan maken: de weerslag van de nieuwsgierigheid.

Het wezenlijke verlangen van de mens achter de horizon te kijken: wat er is en waar je bij kan. En dat leidt vaak tot een gezonde gretigheid van trek. Eentje die je op weg helpt je nieuwsgierigheid te bevredigen. En dan is het pas smakelijk eten.

Jeugdzonde
Verzamelen zit in je bloed. Postzegels is min of meer een toevalligheid. De meesten verzamelen niet alleen postzegels. Ik zelf heb ook belangstelling voor bakeliet, nadat ik de "oefenperiode" van bierviltjes, luciferdoosjes, suikerzakjes en sigarenbandjes als jeugdzonde met moeite ter zijde had geschoven. En ik weet van anderen die bijvoorbeeld horloges en pennen, eerste drukken van Ollie B.Bommel of kurkentrekkers zoeken. Daar is niks mis mee, maar bij mezelf is de nieuwsgierigheid een beetje uit de hand gelopen, zonder overigens "een onbeheersbare verzameldrang" te zijn geworden. Maar oordeel daar zelf over.

Mijn ouders hadden vrienden in IsraŽl wonen. Die hebben in mijn jeugd, terwijl ik me nog bezig hield met suikerzakjes, mijn IsraŽl-colllectie bijgehouden. En met mijn grootvader verzamelde ik Nederland.

Tot zover niks nieuws onder de zon. De problemen kwamen pas veel later, toen ik iets ging begrijpen van afwijkingen (van de zegels bedoel ik) en van themaverzamelen.

Intussen moest ik mijn brood verdienen en dat ging maar moeizaam in combinatie met de tijd slurpende hobby van verzamelen.

Maar in de marge bleef ik mijn hobby trouw: iedereen die op reis ging, vroeg ik postzegels mee te brengen en zelf deed ik niet anders. Dat leverde na vele jaren onoverzichtelijke bergen op, die ik grotendeels - toen ik mijn werkzame leven aan het afbouwen was - per land in oude sigarendoosjes heb gedaan.

Dat kostte verschrikkelijk veel tijd en het leverde voor de bevrediging van mijn nieuwsgierigheid niks op. Bovendien waren mijn landenverzamelingen zover gevorderd dat aanvullingen alleen met de gretigheid van geld waren te realiseren. Dat behoorde niet tot de prioriteit van mijn leven.

Nu ben ik al wat jaren bezig de oude sigarendoosjes te legen en in thematische albums te rangschikken. En zo blijkt het mooie zichtbaar te worden. Bij voorbeeld: ik heb alle gestempelde blokken van vier zegels (met vaak mooie stempels) in ťťn album gestopt; wat een rijkdom levert dat op.

Ook op mijn muziekverzameling - uit "eigen huis" samengesteld - ben ik bijzonder trots. Ik ben een liefhebber van klassieke muziek en het bevredigt mijn nieuwsgierigheid daarbij op postzegels componisten, dirigenten en allerlei muziekinstrumenten te vinden.

Nieuwe impulsen
Een andere ontdekking die ik heb gedaan kwam doordat ik me de vraag stelde: wat te doen met de dubbele zegels van mijn schepenverzameling. Dat kwam door de ervaring dat ik de vorige keer op een veiling er vrijwel niets voor had gekregen. Ik heb ze per land ingericht, maar het boekje Schepen op postzegels van Mia Koning-van der Veen bracht me op het idee de dubbelen in te delen in subgroepen als onderzeeŽrs, vlotten, veerboten, enz. En dat geeft een hele nieuwe kijk op je verzameling.

Zijn er nog onvervulde wensen? Ja, de gretigheid van trek houdt nooit op: een verzameling van originele grafische voorstellingen zoals die te vinden zijn op de door mij visueel meest gewaardeerde zegels. Zoals bij voorbeeld in het boek van Christiaan de Moor Postzegelkunst, de vormgeving van de Nederlandse postzegel. Boeiend is ook The world of Donald Evans, een boek over deze Amerikaanse kunstenaar die zijn betrekkelijk korte leven in Amsterdam heeft gesleten en daar honderden fantasiezegels heeft ontworpen van niet bestaande landen zoals Katibu en Jantar. Een wandje vol zou ik leuk vinden. Daarbij hoort dan ook werk van Paul Citroen, de Belg Eric Daniels en de Tsech Alfonso Mucha.

Tja, dat is mijn gretigheid van trek.
Rolf Boost